Alternatief voor de Maatschappij - (Wonen)

Aan alle deelnemers wordt gevraagd om hun eigen woonsituatie te beschrijven. Daarna proberen we na te gaan, hoeveel vormen van wonen er eigenlijk zijn: flat, eengezinswoning, klooster, commune, villa etc.

Ook de woonomgeving speelt een grote rol: woon jij bij een park, een winkelcentrum, is de school van je kinderen dichtbij, is er druk verkeer etc.

Als eerste opdracht moeten de deelnemers een aantal vragen beantwoorden over woonwensen ten aanzien van woning, inrichting, omgeving. Wat is voor jou de ideale woning en waar staat die? Waar let je op als je gaat verhuizen? Welke keuzes maak je en waarom? Welke aspecten zijn voor jou belangrijk om in de wonen: een nette buurt, goede buren, gezelligheid, of juist vrijheid en niemand die zich met je bemoeit, of kindvriendelijk enz.

Vervolgens bespreken we de voor- en nadelen van huren en kopen; waar moet je op letten bij een huurcontract of een hypotheekakte? Wanneer heb je recht op huurtoeslag?

Wat doet een woningbouwvereniging en hoe zou die je kunnen helpen? Deelnemers vertellen hun ervaringen.

Voor de opdrachten worden er een aantal groepen gevormd; de opdracht luidt: ga naar buiten en kijk naar de omgeving: zou je hier willen wonen, waarom wel of niet? Wat moet er veranderd worden, wat ontbreekt eraan? Welke voordelen zijn eraan verbonden, welke nadelen?

Een andere samenwerkingsopdracht: je hebt een vastgesteld bedrag om te besteden aan de inrichting van je huis, waarbij je aan werkelijk alles moet denken.

Nog een andere: als gemeente moet je het toegewezen budget besteden aan woonvoorzieningen. Het geld is niet toereikend om alle wensen te verwezenlijken. Welke keuzes maak je en waarom?

Opdracht: richt als projectontwikkelaar een dorp in, zoveel mogelijk rekening houdend met ieders wensen.

Deze opdrachten worden besproken in de groep en het thema wordt geƫvalueerd.

Mijn boodschap is: Ieder mens heeft recht op wonen. Waar je woont, moet het goed zijn, zodat je je er ook thuis kunt voelen.